Groenblijvers
Na de oogst van de graangewassen in de zomer, zaaien we alle akkers in met zogenaamde groenbemesters. Dit zijn zaadmangels die bepaalde doelstellingen nastreven, zoals vastleggen van resterende stikstof in de grond, waterretentie en erosiebeperking, verhogen organische stof in de grond en verhogen stikstofgehalte in de grond voor opvolgende teelten.

Voor een gedeelte van de akkers maken we gebruik van het aanbod van Urgenda, welke de keuze voor een wat duurder soortenrijk mengsel met vlinderbloemigen stimuleert. Dat is beter voor de bodem en de biodiversiteit. Bovendien wordt er stikstof vastgelegd en hoeft er in het vervolggewas minder (kunst)mest gebruikt te worden. Daarmee hebben we dubbel winst voor het klimaat: een gezondere bodem bevat meer koolstof en bodemleven. En minder kunstmest, betekent minder uitstoot van CO₂.
We zijn inmiddels fan van mengsels met een beetje stoppelknol, omdat deze soort winterhard is en in het voorjaar vroeg bloeit. Voordat de appelbloesem aan de beurt is zijn de honingbijen al druk met deze mooie felgele bloemetjes op de akker. Daarnaast blijven er (uitgegroeide) knolletjes achter in de grond wat extra diversiteit oplevert. In de jaren ’70 werd in Nederland 50.000 hectare gezaaid als wintervoer voor het vee. Stoppelknol kopen we separaat in en mengen deze door de standaard aangeboden mixen.

